18 mei 2007
Op 18 mei concerteerde het jonge Nijmeegse kamerkoor Elnoséqué met een programma rondom de motet-traditie van de vroege renaissance tot aan Johann Sebastian Bach.
Elnoséqué
begon het concert met motetten uit de renaissance en de vroege barok. Van
Josquin Desprez (Gaude virgo, mater Christi en Ave Maria) uit de late 15e
eeuw en William Byrd (Ave verum corpus) uit de late 16e eeuw gaat
het naar het begin van de barokperiode. Deze begon in Venetië met Claudio
Monteverdi: van hem wordt het motet Christe, adoramus te gezongen. De Duitse
componist Heinrich Schütz heeft een belangrijke rol gespeeld in het overbrengen
van muzikale ideeën van Italië naar Duitsland. Cantate Domino en Meine Seele
erhebt den Herren vormden niet alleen muzikaal maar ook tekstueel een prima
verbinding tussen Monteverdi en Bach.
Elnoséqué besloot het concert met twee motetten van de belangrijkste barokcomponist Johann Sebastian Bach. Bachs motetten behoren tot zijn meest volmaakte werken en vormen een hoogtepunt in de westerse polyfonie. Van de zes motetten die Bach schreef brengt Elnoséqué er twee ten gehore: Jesu, meine Freude en Lobet den Herrn, alle Heiden.
Tijdens het concert werd Elnoséqué begeleid door Berry van Berkum op continuo. Het concert stond onder leiding van dirigent Robert Voogdgeert.25 November 2007
Op 25 november concerteerde het jonge Nijmeegse kamerkoor Elnoséqué met een programma rondom Nederlandse en Vlaamse koormuziek.
Elnoséqué streeft ernaar om elk concertprogramma op te bouwen rond een thema. Het thema van van dit concert is “Koormuziek uit de Nederlanden”. Het koor koos ditmaal ervoor om zich te focussen op twee componisten, elk uit een karakteristieke periode van de koormuziek uit de Lage Landen.
Voor de pauze stond de periode rond 1500 centraal, vertegenwoordigd door de Franco-Vlaamse componist Josquin Desprez. Aan het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw bepaalden de componisten uit met name de Zuidelijke Nederlanden in geheel Europa de stijl. Josquin wordt wel gezien als de grootste van zijn tijdgenoten. Van Josquin werden drie motetten gezongen: Gaude virgo mater Christe, Ave Maria en Miserere mei Deus.
Het
tweede deel van het concert belichtte de 20e eeuw, vertegenwoordigd door Ton de
Leeuw. Hij wordt gezien als de belangrijkste Nederlandse componist uit de
naoorlogse periode. De Leeuw combineerde in zijn composities westerse
technieken met oosterse filosofie. Zijn belangstelling voor niet-westerse
muziek bracht hem op vele reizen over de wereld die van doorslaggevende
spirituele invloed op zijn werk waren. Van Ton de Leeuw werden een vroeg werk
(Prière – 1954) en een laat werk (A cette heure du jour – 1996) uitgevoerd.
Dit programma stond wederom onder leiding van onze vaste dirigent, Robert Voogdgeert.

Josquin des Prez (wikipedia)
10 Juni 2007:
Themaconcert "Dood en Leven". Voor de pauze stondhet thema “Dood” centraal. Begonnen werd met Funeral Ikos van de Britse componist John Tavener. Het werk is gebaseerd op een begrafenisritueel voor Griekse priesters. Sereniteit straalt af van de tekst, op een vervreemdende manier. Het deel voor de pauze werd gecompleteerd door Totentanz van de Duitse componist Hugo Distler. Dit werk is geïnspireerd op een reeks schilderingen die in de middeleeuwen werden aangebracht in de Marienkirche te Lübeck. Het werk bestaat uit veertien gezongen spreuken op, afgewisseld met gedeclameerde dialogen tussen de dood en alle mensen die door de dood gehaald worden. Het thema “Leven” na de pauze werd ingevuld door de Britse componist Benjamin Britten. Bij al deze werken werd Elnoséqué begeleid door organist Wim Roelfsema. Zowel Festival Te Deum, Rejoice in the Lamb en Jubilate Deo zijn werken die bol staan van de levendigheid. Vooral de orgelbegeleiding zorgt vaak voor verrassende wendingen in deze werken. Op deze wijze wordt het contrast tussen de beide delen van het concert zowel thematisch als muzikaal verduidelijkt.
1 April 2007:
Eerste uitvoering van de "Totentanzen" van Hugo Distler. Het concert werd vooraf gegaan door een lezing van Rolf Dreier (Erasmus Universiteit Rotterdam).
10 december 2006 :
Missen van Byrd en Monteverdi
12 februari 2006:
Tchaikovski, Dvorak en Bardós.16 mei 2005:
“Songs en Chansons”. Met werken van Elgar,
Vaughan Williams, Barber, Hindemith en Saint-Saëns.